Zie ook de vergaderverslagen
voor 2009

De vergadering werd ingeleid door H.J. van Lijnen Noomen:
Hendrik Jan opende met een korte beschouwing over het naderende doopsgezind jubeljaar 2011.
In 1811 (200 jaar geleden) werd de Algemene Doopsgezinde Sociëteit opgericht, als vereniging of ‘verbond' van alle gemeenten in ons land; in 1911 werd als allereerste vrouwelijke predikant ds. Anna Zernike (later gehuwd met Jan Mankes) bevestigd in de doopsgezinde gemeente Bovenknipe, Friesland; in 1735 (275 jaar geleden) kwam in Amsterdam het Doopsgezind Seminarium tot stand; in 1561 (450 jaar geleden) overleed Menno Simons.
De vergadering werd ingeleid door de secretaris Kees van Zijverden.
Hij opende met een fragment uit 'Kom bevrijden' 150 gebeden, van Huub
Oosterhuis:
“Degene die in het bijbelse geloofsverhaal 'God' genoemd wordt is geen ingrijper.
Het kost enige jaren van je leven om dat te gaan
inzien. Door volhardende studie en overweging van de Schrift is het mogelijk tot
het besef te komen dat de God van Mozes en van Jezus een ander is dan de god van
filosofen en geleerden en niet het opperwezen dat, in volksvroomheid van vreemde
huize, als een almachtige bestierder wordt gevreesd en gehuldigd.
Maar het bijbelse verhaal stelt mij wel ingrijpende vragen.
De God van 'In den beginne' bidt tot mij: mens, waar ben je, waar is je broer, je zusje?
Hoe denk je over mensenrechten?
Hoe denk je mee te werken aan een wereld waar 'geen dieren worden gepijnigd, nooit één
mens meer gemarteld, niet één mens meer geknecht'.
Bidden is die vragen inademen, ermee
worstelen, en verzuchten: kom Geest, herschep mijn hart, vernieuw het aangezicht van deze
aarde.
Bidden is dus niet vragen om alles - trouwens dat heeft dan toch geen zin, als God niet
ingrijpt? Nee, Hij grijpt niet in, maar Hij werkt wel op jou in als je bidt om zijn heilige
Geest.
De woorden van zijn Thora zullen je vernieuwen.
En wat dat vragen om van alles betreft: bidden om het welslagen van een rijexamen of
zoiets zweemt naar gezeur.
Maar vragen om de genezing van een doodziek kind? Hij grijpt niet in,
maar hij werkt wel op je in - misschien loutert en verlicht zo'n gebed mij om zonder haat en
wrok te kunnen leven met de dood zo vlakbij.
Dus bidden wordt niet verhoord? Wie bidt om
heilige Geest, ontvangt heilige Geest.
De vergadering werd ingeleid door mw. M. Sweerts.
"De tijd nemen"
Neem de tijd om te denken, het is de bron van de kracht
Neem de tijd om te spelen, het is het geheim van de eeuwige jeugd
Neem de tijd om te lezen, het is de grondslag van de wijsheid
Neem de tijd om te bidden, het is de grootste kracht ter wereld
Neem de tijd om lief te hebben en bemind te worden, het is een genade door God gegeven
Neem de tijd om vriendelijk te zijn, het is een manier om het geluk te vinden
Neem de tijd om te lachen, het is de muziek van de ziel
Neem de tijd om te geven, de dag is te kort om egoïstisch te zijn
Neem de tijd om te werken, het is het begin van succes
Neem de tijd om het goede te doen, want het is de sleutel tot de hemel.
Bron: 'De Stroom', sept. 2009
De vergadering werd ingeleid door dhr. van Lijnen Noomen.
In Genesis 3 vers 5 staat het bekende verhaal waar de slang het eten van de boom van goed en kwaad motiveert met de woorden: '.. .jullie ogen zullen open gaan en jullie zullen
worden als de goden, kennen goed en kwaad!’ (Vert. Karel Deurloo)
Dan horen we dat de
vrouw zag dat de boom goed was. In het voorafgaande hoofdstuk gaat het horen aan het
kritisch kijken vooraf. Maar hier slaan de man en de vrouw het horen naar Gods Woord
over en ze kijken alleen maar.
Ik stap even over naar onze tijd:
We leven in een beeld- en kijkcultuur. Als ik 's avonds de
hond uitlaat en ik kijk bij mensen naar binnen (slechte eigenschap, ik weet het), dan zie ik
weinig mensen lezen. Ze kijken naar grote prismaschermen, ze computeren, chatten, het
liefst met een webcam. Weinig lezingen worden dan ook gehouden zonder een
PowerPoint presentatie. Het is al bijna zo dat we horen wat we zien.
In dit verband denk ik aan de kerkdienst van zondag 28 mei 2006 aan het slot van de
MERK waar de preek gepaard ging met beelden van de beroemde 'kerk van de heilige
familie' in Barcelona van de architect Gaudì.
Toen ik na de dienst met de jongeren tussen
de 16 en 23 jaar sprak, vertelden ze me dat de beelden hen zeer geïrriteerd hadden: die
leidden hen af van de woorden die de predikanten spraken. Ik persoonlijk had die ervaring
niet en meer 40-plussers die ik sprak waren enthousiast over de presentatie. In ieder
geval, ik moet bekennen dat ik me voor een groot deel door de kijk- en beeldcultuur laat
stimuleren. In de bijbel is dat anders.
Terug naar Genesis 3. De mens en zijn vrouw eten van de vrucht en inderdaad, hun ogen
gaan open. Wat zien ze dan? Hun beider naaktheid. De relatie die ze hadden, die zo goed
was, gaat scheuren vertonen. Er treedt een zekere vervreemding op. Er vindt een
verzelfstandelijking plaats. Het zien van het goede en mooie blokkeert hier het horen naar
Gods Woord. Het lijkt erop dat de mens en zijn vrouw die God gemaakt heeft naar zijn
beeld en gelijkenis, het experiment mens, volledig mislukt is of toch niet? In vers 21 lezen
we dat God lijfrokken voor de mens en zijn vrouw maakt. Dat God zulke gewaden voor de
mens maakt, betekent dat Hij de relatie herstelt. In onze tijd: Ons zien hoeft ons horen
naar Gods Woord niet te blokkeren. Net als de jongste zoon uit de gelijkenis van de twee
zonen, die Jezus vertelt, kunnen we omkeren van onze beeld- en kijkcultuur en opnieuw
eerst hoorders van het Woord worden dat ons soms in levensverhalen van mensen
aangereikt wordt.
De vergadering werd ingeleid door dhr. van Lijnen Noomen.
Jeugd, jong. We zijn of waren het ooit allemaal! Van dat onwetende, idealistische, naïeve spul. Of is dat misschien een droombeeld van ouderen die vergeten zijn dat een heel leven vóór je nog heel veel vraagt en eist aan evenwicht tussen dromen, keuzen, verwachtingen en verwerken?
Veel kerken van nu voelen gemis aan dit jonge spul. Algemeen is er de verzuchting dat de jeugd de toekomst heeft, maar waar zijn ze? Waarom willen ze toch niet dat, waarvan wij weten hoe kostbaar het is? Behoren tot een gemeente, saamhorigheid voelen, je open stellen voor het Verhaal uit het Boek, dat bron en bodem wil zijn voor het bestaan.
Terug in de tijd. Ik ben ook nog jong spul. Ik voelde een vaag, aarzelend maar onaantastbaar godsbesef. Wandelde wat onzeker en slaperig naar de kerk. Wat vroeg. Waarom beginnen ze niet als je uitgeslapen bent? En o, die taal. En o, die zekerheden. En o, wàt een liederen. Zoveel bijbel. Zo weinig houvast. De preek begon met een heldere vraag en eindigde na een hele tijd met een wazige slotzin.
Dat kind in mij is nog niet verdwenen. Het jonge spul in mij begint nog altijd te draaien als ik 'teveel' hoor. O, wat een taal, o, wat een zekerheden, wat een liederen en wat veel bijbel.
Na vele jaren kerkgang heb ik overigens iets heel bijzonders ontdekt. Als je goed luistert, zit in het oude spul nog steeds jong spul verborgen. De vragen zijn niet weg, hoewel soms zachter van toon geworden. God is. Maar wie is God? Achter elke grijze krul zit een kind verborgen.
Laat de traditionele kerkganger maar eens meer naar z'n kind luisteren. En als jongeren zich minder laten afschrikken door het klimaat van heersende zekerheden, dan kan een gemeente dat worden wat zij bedoeld is te zijn: broedplaats van vraag en antwoord, van verantwoorde zin en onzin, van eerste en tweede naïviteit.